Met dochter Roos en haar moeder bezocht ik, als met velen, begin dit jaar de introductie dagen van de verschillende scholen in het voortgezet onderwijs.
Ik vertel u niets nieuws dat het bezoeken van scholen, om daaruit een keuze te maken, veel tijd kost. Voorlichtingsavonden en open dagen: bedoelt om ouders en hun kroost luchtig edoch informatief en serieus kennis te laten maken met de nieuwe school en de verschillende onderwijsrichtingen; je ondergaat in korte tijd een stroom aan informatie.
Tijdens zo’n opendag word je door iedereen glimlachend onthaalt. Met een informatieve route of puzzeltocht in de hand wandel je door gebouwen en lokalen. Je houdt gesprekken met rector of directeur, opleidingsmanagers, docenten en ondersteunend personeel. Allemaal promoten zij hun school en haar onderwijs. Ja ook ouders van kinderen, bijeengebracht in een Ouderraad en dus ‘uit ervaring spreken’, doen hun zegje. Dit moet u bekend voorkomen, toch? Vaak wordt een opendag afgesloten met een prijsuitreiking of gadget; echt alles wordt uit de kast gehaald om ons te overtuigen. En wanneer je dan eindelijk thuis komt en je schudt de zak met folders, pennen, mapjes, stickers en zelfs versnaperingen leeg, duizelt je het nog steeds. Dan volgt natuurlijk dè cruciale vraag aan je kind: “En…, wat vind jij?”
De brugpieper in spé, met al die opendagen, voorlichting, folders en ‘free gadgets’ vers achter de kiezen weet het dan niet meer. Immers, voor ons kroost gelden hele andere criteria dan die jij, als bezorgde en goedwillende ouder zo graag hanteert. Voor een jonge tiener is het veel belangrijker naar welke school vrienden of vriendinnen gaan en of de school wel als ‘cool’ bekend staat. Kortom, veel emotionele afwegingen, absoluut geen rationele.
Je probeert, als verstandige ouder, dan toch jouw keuze met je kind te bespreken. Maar nee, na het bezoek aan een opendag waaraan jij een goed gevoel hebt overgehouden, krijg je opmerkingen als:
“nee, deze echt niet. Heb je die docenten gezien?”
“nee, echt niet. Die kantine heeft geeneens een snoepautomaat!”
“nee, pfff…. die school is te ver fietsen hoor!”
“nee, gewoon, stomme school”
of je krijgt helemaal geen antwoord en je ziet alleen maar blik op oneindig en schouders heen en weer gaan…
Het komt natuurlijk ook voor dat een kind wel heel goed weet naar welke school hij of zij toe wilt, zonder zich af te vragen waar vrienden of vriendinnen naar toe gaan.
Door de voorselectie zorgvuldig uit te voeren, beperken mijn ex en ik de keuze voor Roos tot twee scholen, die ik verder niet bij naam zal noemen. We bezoeken eerst school “X” en we besteden ruim twee uur aan de kennismaking. Bij de ingang krijgen we een plattegrond in onze handen gedrukt en worden verwezen naar een lokaal waar de echte kennismaking kan beginnen. Dat loopt lekker vlot. Mijn ex raakt aan de praat met een knappe gymleraar, Roos en ik babbelen met een meisje dat in Havo 4 zit. Vervolgens puzzelen we ons door het gebouw en lokalen heen.
Op weg naar school “Y”. Heel veel anders gaat het hier niet. Bij binnenkomst krijgen we informatie over de school en een vragenlijst voor Roos waarmee een prijs te winnen valt. Docenten, leerlingen en het management team staan klaar om tekst en uitleg te geven. We slepen ons samen met andere ouders en kinderen door de lange gangen, van lokaal naar lokaal, naar buiten, naar binnen, totdat we in de aula belanden waar allerlei kraampjes staan opgesteld. Als lid van de Ouderraad College De Brink vraag ik mij af hoe de ouders bij school “Y” georganiseerd zijn. Ik stap vol goede moed af op het kraampje “ouders”.
Na twee passen voel ik weerstand aan mijn arm. “Pap, ik weet het al”, fluistert Roos, “ik weet het eigenlijk al de hele tijd!”. “Oo…?”, reageer ik verbaasd. “Ik ga niet naar deze school”, vervolgt ze. We lopen naar de uitgang en krijgen heel vriendelijk mandarijnen in onze handen gedrukt.
“Roos, waarom deze school niet?”, vraag ik belangstellend en pel een mandarijn. Roos stopt en draait zich om en kijkt mij recht in de ogen. “Pa, met Havo zit ik hier toch 5 jaar?” Ik knik. “Deze school lijkt net op een ziekenhuis pa!” en ze wees met haar hand richting het schoolgebouw.
Zo had ik het nog niet gezien en kijk nog eens goed. Ja, het schoolgebouw is ooit begin jaren 70 neergezet. Rechthoekig, beton, stalen kozijnen, efficiënt. En na ruim 30 jaar ziet het gebouw er nog eender uit.
Ik stop het oranje fruit in mijn mond en bedenk hoe een school, dat met heel veel tijd, energie en goede bedoelingen haar onderwijsinhoud voor het voetlicht probeert te brengen het bij mijn dochter moet afleggen tegen de uitstraling als dat van een ziekenhuis. Dat is zuur, net als de mandarijn in mijn mond. Zouden scholen zich daarvan bewust zijn?
Manx.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten